Lagere celstraf voor doodrijden Fleur Balkestein

LOOSDRECHT – Het gerechtshof in Leeuwarden heeft Walter van W. in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en een rijontzegging voor de duur van vier jaar wegens het veroorzaken van het verkeersongeval op de Nieuw-Loosdrechtsedijk waarbij de 19-jarige Fleur Balkestein,later aan haar verwondingen overleed. Eerder kreeg Walter van W. vier jaar en een rijontzegging van vijf jaar.

Eerder is vastgesteld dat verdachte Walter van W. onder invloed van alcohol en met zeer hoge snelheid in de door hem bestuurde Porsche 911 dit ernstige verkeersongeval heeft veroorzaakt. Verder is vastgesteld dat zijn verdachte zoon Casper van W. (34) hier ook met zeer hoge snelheid heeft gereden. In hoger beroep moest het hof beoordelen of het door de vader veroorzaakte ongeval aan de zoon als medepleger kan worden toegerekend en of het handelen van verdachte (vader) kan worden aangemerkt als roekeloos (de zwaarste vorm van schuld) in de zin van de wet, zoals de rechtbank in eerste aanleg had gedaan.

Onvoldoende bewijs
Volgens het hof is er voldoende bewijs dat de zoon met forse snelheid op korte afstand achter de vader heeft gereden, maar niet dat het rijgedrag van de zoon van invloed is geweest op het tot het ongeval leidende rijgedrag van de vader. Laatstgenoemde was als eerste weggereden, reed voortdurend voorop en kon zijn eigen snelheid en rijrichting volledig zelf bepalen. Niet gebleken is van een nauwe en bewuste onderlinge samenwerking, zoals voor medeplegen is vereist, zodat niet kan worden bewezen dat het rijgedrag van de zoon het verkeersongeval mede heeft veroorzaakt.

Zeer onvoorzichtig
Het rijden door verdachte (vader) wordt door het hof aangemerkt als zeer onvoorzichtig in de zin van de wet. Het buitengewoon verwijtbare handelen van verdachte (vader) rechtvaardigt de oplegging van een voor schulddelicten als het onderhavige zeer zware straf. Taakstraffen of geldboetes kunnen bij zo ernstige feiten niet aan de orde zijn. Alles afwegende acht het hof in dit geval een – voor een verkeersdelict – forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden. Daarom is aan verdachte (vader) een gevangenisstraf van drie jaren opgelegd en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van vier jaren.

Ten aanzien van de zoon acht het hof bewezen dat hij zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar op de weg of hinder voor het verkeer kon worden veroorzaakt. In hoger beroep is hem in verband met de zeer forse snelheidsovertreding dezelfde straf opgelegd als de rechtbank in eerste aanleg had gedaan, te weten een taakstraf van 100 uren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van een jaar.

DIT NIEUWS DELEN
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •